Spaans Leren - inicio

Viajes

El Chorro

door Jos Schrijer

[imagen: Central]

Iwan lag in diepe slaap toen hij ruw gewekt werd. Door zijn halfopen oogleden kon hij in het donker niets ontwaren. Terwijl hij zocht naar zijn zaklamp kreeg hij een paar klappen op zijn hoofd. Licht en sterren zag hij nu wel.. ‘Get up’ klonk een bevel. Hij werd aan beide armen opgetild. ‘Toch verrast, ezel, en nu je stomme kop koel houden’. Hij graaide zijn kleren bijeen. Hij kon nog net zijn schoenen inhinken terwijl hij meegesleept werd. ‘Ik had ‘t kunnen weten’.

Om er zeker van te zijn dat hij niet ging schreeuwen gaf een van de overvallers hem een paar dreunen op zijn zwevende ribben. Dubbelgeklapt werd ie in de auto gegooid. Hij had nooit op deze camping moeten gaan staan. Hij had gehoopt te verdwijnen in de massa maar die was er niet meer aan het eind van het seizoen en zijn auto was te herkenbaar. Net zoals de drie rivieren, onder aan deze heuvel waar de camping lag, wel bijeen moesten komen, omdat het landschap zo gevormd was in de miljoenen jaren, zo kwamen mensen uit welke richting dan ook, altijd wel hierlangs. En uitgerekend daar had ie liggen slapen. Zijn waakzaamheid gezakt na die vermoeiende dag met Dulce. Hopelijk was zij ver hier vandaan.

Wie waren dit? Ging het om de oude diamantmijn bij de spoortunnel of ging het om het ondrinkbaar geworden water in het stuwmeer iets verderop. Dammit, het ging hun natuurlijk niet om hem, maar om Dulce. Hij hief zijn hoofd op om beter te kunnen ademhalen. Weer zag hij het licht ondanks de deken die niets doorliet. Mannen zonder veel woorden naar hem, ondanks dat ze kontinue onderling aan het praten waren. Het ging over het laatste stierengevecht in Madrid. Daar was ie nooit geweest. Waarheen reden ze?

[imagen: El Chorro]

Sinds hij in Spanje was, had hij zijn gewoonte niet kunnen laten varen om zich weer met allerlei lokale zaken te bemoeien . Daarin meegetrokken door zijn fraaie dame. Die haar assets en charme gebruikte om uitgenodigd te worden bij gelegenheden en personen met een dubieus karakter. Aldaar de lijntjes ontdekkend die liepen tot in de hoogste kringen.En hij mocht harde bewijzen zoeken. Want met praatjes alleen kreeg je geen enkele rechter overtuigd. Daar had zij hem van overtuigd. Hoeveel vriendjes zoals hij had ze? Was dit weer een van de zaakjes van het kartel uit Marbella. Als een olievlek breiddde diens croonies hun invloed over de Costa's uit. Hij had al aardig wat voorbeelden van Dulce gekregen.

De auto stopte, de deken werd weggehaald, en een man trok hem overeind. Het was te donker om ver te kunnen kijken, maar ze stonden naast een glinsterende spoorlijn. En hij wist meteen waar. ‘Wat willen jullie?’. Een lamp werd op hem gericht. ‘Breng ons naar de tapes.’ ‘Tapes?’. Hij moest verbaasd gekeken hebben, er werd norser gegromd en gekeken alsof ze nog norser konden kijken dan ze al deden. ‘Ik heb alleen diamanten’. Nu was het hun beurt verbaasd te reageren en het irriteerde hen. ‘Je hebt tapes van González’, beet een hem toe. Hij bleef onwetend kijken en knikte nee. Een ander met een geblokt vest kwam van opzij op hem af. ‘Ik heb diamanten van Ramírez. ’Zag hij een teken van herkenning in de ogen van de langste van het stel?’ Deze en een andere man liepen een eindje weg, druk pratend. De verkeerde ploeg achter de verkeerde man aan. Dan had hij nóg zo’n ploeg tegoed.. Maar tegen die tijd had hij geen diamanten meer in voorraad. Hij voelde de twijfel bij de man naast hem, de rechterhand spelend diep in diens jaszak. De twee kwamen terug. ‘Breng ons er heen’.

Ze moesten hem ooit gevolgd zijn, anders waren ze niet hier gestopt. Uitvluchten verzinnen had geen zin, waarschijnlijk hadden ze zelf al eens in de tunnel gezocht, maar niets gevonden. Gelukkig had hij een en ander voorbereid en lag er inderdaad een pakketje. Hij liep richting tunnel en ging tussen de spoorrails lopen. ‘Hoe ver is het?’, vroeg de langste. ‘Halverwege de tunnel, ongeveer vijf kilometer’. Verblind door de zaklamp struikelde hij en viel op de keien. Terwijl de een hem met een zaklamp belichtte, trok een ander hem overeind aan zijn arm. Naar beneden kijkend zag hij het horloge om diens pols; bijna vijf uur. Over een uur kwam de eerste trein.

Deze en acht andere tunnels met een totale lengte van ruim achttien kilometer waren ooit door een hele generatie werkers door de bergen gehakt. In een tijdperk ver voor de mechanisatie hadden ze als mollen met primitieve middelen Málaga met Madrid verbonden. Viaducten bouwen was in die tijd blijkbaar moeilijker dan graven. Parallel aan de spoorlijn liep de kloof, de Desfiladero de los Gitanes, die uitmondde in de Garganta del Chorro. Het water van de río Guadalhorce had er miljoenen jaren over moeten doen om de vijf kilometer lange kloof door de bergen te banen. Tussen de tunnels kon je vanuit de trein een snelle blik werpen op de kloof, waarvan de wanden loodrecht naar beneden liepen.

[imagen: Tren]

Kenden zij hier de weg? Strompelend liepen ze voort in het stikdonker. De mannen zeiden niets meer. Hun stilzwijgen was dreigend. Het was een ideale plek voor een nette opruiming of een ongeluk. Hoe laat zou het zij? Hij schatte bijna zes uur. Halverwege de tunnel was een luchtkoker naar boven, die vroeger gebruikt was door de werkers voor hun sanitaire uitstapjes naar de buitenlucht. ‘Kijk naar boven en zoek een gat, dat moeten we niet missen’. De man met de zaklamp liep er bijna aan voorbij. In de wand van de tunnel bevond zich een nis met een ijzeren trap. ‘Waar liggen de spullen? Naar boven en dan naar buiten?’. ‘Waar precies?’ De man in grijs porde zijn pijnlijke ribben. ‘Onder een rotsblok naast de uitgang.’ Twee mannen gingen voor de trap op, hij klom achter hen aan, gevolgd door de laatste. De tweede lichtte bij.
Op dat moment voelde hij een sterke tocht. Dat was de trein die de tunnel binnenstormde. Jit, just in time, ‘t lijken wel Japanners die Spanjaarden van tegenwoordig. Na vier moeizame meters op de trap, was er een uitholling waar ze even halt hielden. De omhooggerichte zaklamp liet een steeds nauwer wordende koker zien. ‘Nog tien meter’, zei hij, hun achterdocht pogend te dimmen. Hij moest ineens hoesten, zijn longen nog steeds niet hersteld. Dubbelklappend ging hij door zijn knieën. ‘Schiet op, hurry, anders is het te laat’. De anderen drongen tegen hem aan. Tussen hun silhouetten door kon hij beneden de spoorlijn zien. Hij moest zijn sprong goed plaatsen anders kwam hij tegen de zijkant van de trein aan. ‘Stom, dit had ik moeten oefenen. Of toch maar de diamanten overgeven?’. ‘Als ze die eenmaal hebben, ruimen ze mij op. Heb ik iets waarmee ik de executie kan uitstellen?’ Improvisation on the spot was ook nu niet zijn sterke kant. De boeien verstijfden ook zijn gedachten. De twee voorsten klommen verder. De zaklamp werd naar beneden op hem en zijn volger gericht. Op dat moment klonk onder hen een aanzwellend geraas. Iedereen keek naar beneden, de lamp werd op de trein gericht. Onbespied stapte hij in de nis opzij, gaf de derde man een zet die opzij wankelde en vloekte. De lamp flitste heen en weer. ‘Dank u voor het licht’.

Hij stapte naar het gat en sprong. Zijn neerwaartse hemelvaart werd begeleid met knallen en rondvliegende rotssplinters. Hij kwam vlak naast de razende trein terecht, rolde weg van de wielen en klom moeizaam overeind. In het licht van lampflitsen sprong een schim hem na die vlak bij de trein neerkwam. Een schreeuw en een vloek, de figuur kronkelde. Hij wachtte niet verder en rende de trein na. (Naar de auto rennen had geen zin, hij had geen tijd om zijn handen te bevrijden. En het vlakke einde van de kloof, waar de stuwmeren lagen, gaf geen beschutting. Hij moest dieper de tunnel en kloof in, eerst) naar de plek waar het spoor een bocht maakte. Daar kon hij ontsnappen aan hun kogels die elk moment konden komen. Buiten adem kwam hij aan het eind van de tunnel. Het werd al licht. Links tegen de schuine bergwand lag de verlaten werkplaats van de railwerkers. In het halfdonker vond hij de tang die hij zocht. De boeien losknippen ging eenvoudig. ‘De katapult! Waar ligt die? Ik moet iets hebben om ze op afstand te houden.’ Onder de emmer waar ie altijd gelegen had. Snel stak hij de katapult tussen zijn riem en pakte een pot olie op. ‘En het klimtouw? Verrek, weg, geen tijd om goed te zoeken’. En hij rende de hut uit naar beneden. Op de spoorlijn hoorde hij geluiden van rammelende keien uit de tunnel komen. Zo snel al! Hij stak de spoorlijn over, een pad naar beneden, naar een bruggetje over de kloof. Meelokken naar bochtig en gevaarlijk terrein, want met die katapult richtte hij op de spoorlijn niks uit.

[imagen: El puente]

Op dit punt in de kloof kwamen de steile rotswanden dicht bij elkaar. Een gammele brug eindigde aan de overkant pal tegen de rotswand en ging over in een pad naar links van nog geen meter breed dat verder de kloof in liep. Niet meer onderhouden hing het pad aan de rotsen op dunne verroeste steunbalkjes. Hier en daar was het ingestort, de diepte in; een reling was er niet. Aan de overkant rende hij verder het pad af, dat met de grillige rotsen meekronkelde. Hier en daar moest hij stapvoets. Na zo'n honderd meter gooide hij de smeerolie over het pad. Dat zal ze ophouden. Hij pakte een paar stenen op. Achter zich hoorde hij echo’s van stemmen. Voorsprong had hij nauwelijks. Verderop maakte het pad een scherpe bocht naar rechts, en vervolgens een u-bocht naar links om weer naar rechts om de rotswand heen te buigen. Op de hoek hield hij halt en keek terug...., de eerste man verscheen om de hoek, deze stokte toen hij hem zag en richtte meteen zijn pistool.
Tussen hen gaapte twintig meter leegte en een peilloze diepte. ‘Weg dat pistool’, brulde hij, vele malen be-echoed. De knal klonk vele malen mooier. Hij dook weg, ondertussen zijn katapult ladend en keek weer om de hoek. De ander was verder gelopen, stopte en hief zijn arm met het pistool. De eerste steen trof de arm, de tweede de rotswand naast de man. Deze was compleet verrast door de pijn en de onverwachte weerstand. Het pistool liet hij vallen. ‘Stop’, brulde de man, maar hij had zijn katapult al lang laten zakken. ‘El pobre’, de eikel stond oncontroleerbaar op zijn benen te trillen. Nu hij geen pistool meer had was alle zekerheid uit hem verdwenen. Pijn en angst vertrokken zijn gezicht. Angstig keek hij in de diepte alsof hij die nu pas in volle hevigheid zag. In paniek liep hij wankelend terug, daarbij in een gat in het pad stappend, zijn evenwicht verliezend en van het pad vallend. In een paar seconden overbrugte hij een diepte waar het water miljoenen jaren over had gedaan.’ De kreet ‘Rico’ was zeker de naam van zijn compagnon, want er klonk een schot en stukken rots vlogen over zijn hoofd. ‘Ah nee, tóch aan de overkant, verdomme wat jammer. Nu moet ik echt rennen voor mijn leven. Op dit pad ben ik een lamme eend, een schietschijf.’

[imagen: El barranco]

De derde man was inderdaad via de spoorlijn gekomen en liep nu vanaf de overkant van de kloof op hem te schieten. Hij rende voort terwijl de schoten achter hem tegen de rotsen spatten. Wegduikend achter een bocht zag hij dat hij effe uitstel had gekregen; De man moest doorlopen naar de volgende opening in de tunnel om hem daar te kunnen opwachten. Wie is er eerder? Had madame dit ooit meegemaakt? Was hij er ingeluisd? Teringtut op leuke feestjes. Rennen. Meesleuren dit pad op zou hij haar. Rennen! In ieder geval voorbij de volgende bocht zien te komen vóór hem. Toen hij om de zoveelste bocht kwam, trof het schot hem bijna. Hij dook terug maar zag nog net iets vreemds. Twintig meter verderop hing in een naar boven groter wordende uitholling in de rotswand een klimmer. Wat een tijdstip. De klimmer hing zo'n vijftig meter boven het pad onverstoorbaar verder klauterend. ‘Eso es!, in die nis zien te komen. Terug kan niet, verder kan ook niet, die vent is altijd sneller en wachten tot zijn kogels op zijn, no, gracias, amigo.’ Hij lokte een paar schoten uit door om de hoek te kijken en zag tot zijn verbazing dat de schutter steeds verder het spoor op liep om in een betere schietpositie te komen. Hij richtte een kalm schot op de schutter die verschrikt de tunnel terug in rende. De twintig meter naar de nis waren als een waterval. Effe rust. Hier kon de schutter alleen komen als ie helemaal omliep. Eens kijken of ik met die alpinist kan meeliften.....

Parte 2 |

Jos Schrijer is freelance fotograaf en liefhebber van het Spaanse landschap


Spaans Leren is een initiatief van Hans Konings, docent Spaans met onderwijservaring aan scholieren en volwassenen sinds 1987. Op alle teksten, afbeeldingen en overige vormgeving, kortom deze hele sitio web rusten auteursrechten. Niets mag gekopieerd of anderszins verspreid worden zonder uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming van de maker(s). Verwijzingen van andere webpagina's naar deze sitio web zijn toegestaan, mits aan de integriteit van deze pagina's niets veranderd wordt. Aan onze verwijzingen naar andere websites kunnen geen rechten ontleend worden. De inhoud van die websites valt buiten onze verantwoordelijkheid.
Spaans Leren staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel Amsterdam onder nummer 33.255.899

© Spaans Leren, 1997 - 2006

Diseño web: KAMA Systems Amsterdam
Ilustraciones: Hans Konings y Rudi Jonker - Red Cat Art Productions Amsterdam

[afbeelding: Abonneer je op Spaans Leren RSS]