Robert Monas liet huis en haard in Nederland achter en scheepte zich in Le Havre in om een zeereis te ondernemen, die hem drie weken later in Costa Rica bracht, alwaar hij een jaar hoopt te blijven. In dat jaar zal hij door de Cariben rondreizen en via de e-mail z’n achtergebleven landgenoten op de hoogte houden van zijn avonturen. (1999)
Landgenoten,
Vooruitlopend op mijn verbinding via de locale PTT in Costa Rica en in de hoop dat die firma; – Racsa – waar maakt wat zij mij gisteren beloofde (on line per heden middag 16.00 uur), ben ik dan maar in de tropische tuin van mijn appartement/hotel gaan zitten. In de zon. Drie papegaaien schreeuwen om het hardst om aandacht en de bananen- en koffiebomen om mij heen zwaaien me vriendelijk toe…

Plátanos
Voor het eerst sinds ik hier op 5 december ben aangekomen is er een vermoeden van zon “achter een bedje van” grijze wolken. Maar dat is al een stuk beter dan de enorme regen die ik sinds mijn aankomst hier in Costa Rica heb mogen meemaken.
Volgens de locale lieden (ticos) is het allemaal nog nasleep van Mitch en als je zegt dat dat onzin is, ligt het aan El Niño, en als je (en dat in vloeiend Spaans natuurlijk…) uitlegt dat die ook al lang voorbij verklaard is, dan blijkt december hier ook gewoon winter te zijn. Dat verklaart dan ook waarom het zo God vergeten koud is, voor tropische begrippen wel te verstaan. Hoe dan ook, terwijl jullie de rayonhoofden reeds bij elkaar hebben geroepen, zit ik hier nu prinsheerlijk achter de Appel in de tuin te typen.
Ongeveer zoals dat in al die commercials wordt voorgedaan. Met het grootste gemak. Laptop op klein tafeltje. Geen snoeren naar stopcontacten en gelijktijdig, heel zacht op de achtergrond, Sting, die volstrekt multimediaal zijn liedjes op de achtergrond uit de kleine speakers van de Appel kweelt. Jammer dat ik niet op een klein schermpje, zo linksboven in mijn computer kan zien hoe Ajax (dat moet nu wel zolangzamerhand begonnen zijn?) uit de Champions League wordt gekegeld. Maar gelukkig geloof ik dat het onze vanavond op ESPN wordt herhaald. En toevallig weet ik een leuke kroeg hier in San José waar dat op grote schermen wordt uitgezonden.
Enfin, lekker temperatuurtje, kopje overheerlijke Costa Ricaanse – o zo zachte – koffie naast me. Zwembroek en t-shirt. Het enige wat nog ontbreekt is een mooie zwoele dame, maar dat zou dan toch maar weer leiden tot minder type-arbeid. Misschien moet ik een secretaresse huren die gewoon uittypt wat ik ter plekke verzin. Dan kan ik gewoon op een tuinstoel gaan liggen, nog aangenamer….
Inmiddels is er weer een dag voorbij en ik ben nog steeds niet online, ik wist dat dit me te wachten stond hier in Costa Rica, maar het is toch wel vervelend als je denkt dat iets “vandaag” geregeld zou zijn, en dat dan blijkt dat je weer terug moet naar het Telecom kantoor, nummertje trekken , uren wachten, en met handen en voeten uitleggen, dat je etc. etc. Nee, het spijt ons vreselijk, maar mijn collega had vergeten dit of dat in te vullen, maar U wordt maandagmiddag echt ECHT aangesloten. Een Europeaan denkt dan naar de concurentie te gaan, hier is de Racsa een monopolist, dus dan weet je het wel. Mañana, mañana dus. Ach het zal wel goed komen.
Maar laat ik bij het begin beginnen…

MS Hornbay
Zeeschip in Le Havre
Le Havre 18 november,
Het was wereldvreemd om na enig zoeken in zo’n enorme haven met verschillende kade’s een schip te zoeken. Weet ik veel. Maar uiteindelijk lag daar dan toch de MS Hornbay, fruitjager, containerschip, RoRo, Refre’er en bulker. 153,5 meter lang 23 meter breed. Gebouwd in 1990 in Pula Joegoslavië door de Pluto Shippingbuilding Company, 5850 ton schoon aan de haak. Varend onder de vlag van Monrovia, Duits van huis uit, maar nu onder Schots management, met een volledig Russiche bemanning. Met als 6 maanden contract om containers, roro’s en bulk te lossen in West Indies, Curaçao en Colombia en om fruit te laden in Colombia, Panama, en Costa Rica. En dan weer terug naar Antwerpen, Hamburg en uiteindelijk Le Havre.
Eenmaal aan boord bleek dat ik de enige passagier zou zijn en dat de bemanning alleen Russich sprak. Alleen de kapitein, eerste en derde officier spraken redelijk Engels en/of Duits. Maar dan wel met zo’n geweldig vet Russich accent. Dit kwam het filmische gehalte enorm ten goede. De steward, Dimitri (wat anders?) stonk naar zweet, maar heeft me gelukkig wel geholpen om mijn belachelijke hoeveelheid (veel te veel natuurlijk) bagage over de wiebelende loopplank naar boven te sjouwen en hij wees me op z’n aller Russisch naar mijn hut. Keurig verzorgd, alles heel basic maar wel een badkamertje met een douche, toilet en wastafel. 220 volt was overal in ruime mate aanwezig. Een klein bureautje, net voldoende voor mijn laptop met extra speakers, wat boeken en een lampje. Alles natuurlijk flink gezekerd voor eventueel zwaar weer. Ik werd al misselijk bij de gedachte….
Je hoeft niet gestudeerd te hebben om je te realiseren dat je die mensen volstrekt met rust moet laten als ze bezig zijn met hun laatste voorbereidingen en met het laden van alle vracht. Je voelt dan wel volstrekt out of place. Voorzichtig maar een beetje door het schip lopen, trappen op en af, en denken dat je verdwaald bent. Niemand die je overigens een strobreed in de weg legt.
Dan eindelijk omstreeks middernacht extra activiteit en trossen los. Met twee sleepboten op weg naar de havensluizen en nog onder wat bruggen door. Mijn God, wat is zo’n schip groot. En weer een paar uur later eindelijk op zee. Drukke waterweg, het Engelse Kanaal. Donker, maar toch overal de lichten van schepen. Ik voelde me als een kleine jongen die voor het eerst op reis ging. Ik wilde de mensen niet tot last zijn en vond het dus niet zo’n goed idee om op de brug te gaan staan. Maar naast de brug zowel aan bak- als aan stuurboord zijde kan je buiten staan, en ondanks de koude, regen en wind was het sensationeel om dat hele gedoe van daar uit te kunnen zien. Om 04.00 uur s’ochtends waren we al ver op volle zee en ben ik dood- en doodmoe naar kooi (niet naar bed, naar kooi!) gegaan.
De derde dag,
Het slapen met de deining begint te wennen, ik word nog wel een paar maal per nacht wakker en als ik voor de vierde maal wakker wordt kijk ik naar buiten en zie dat het al licht wordt. De witte schuimkoppen zijn verdwenen en de zee is relatief kalm geworden. Er is nog wel een behoorlijke swell, maar nogmaals daar wen je aan. Alleen poepen is lastig. Piesen gaat wel en is zelfs wel vermakelijk. Douchen is echter het grootste probleem. Je moet je continue in evenwicht zien te houden, anders ga je gegarandeerd onderuit. en de douchekop slingert gezellig alle kanten mee. Ik heb later met een touwtje en met behulp van mijn Leatherman (don’t leave home without it…) een prachtige constructie gemaakt waardoor de douchekop op een plek blijft staan.
Het klimaat is de afgelopen nacht ook veranderd, Het is nog wel grijs bewolkt maar het zicht is goed. Ik kan zonder jas naar buiten en de kapitein zegt dat het zeewater zo’n 19 graden Celcius is. Morgen wordt het kleine zwembadje voor het eerst gevuld. En dat zou de verdere reis steeds elke dag ververst worden. Buiten is het nu 18 graden. Van af de brug is het uitzicht geweldig. Pas nu valt de enorme weidsheid op. Water zover je kan zien. Wolken. Regenbuien over bakboord, zelfs een beetje blauw over stuurboord, de wind is voelbaar en zichtbaar. Bijzonder indrukwekkend. De wereld is nog steeds plat. Twee vogels vliegen voor ons uit dan weer een cirkel rond het schip. Wat doen die beesten hier, vraag je je af. Soms -legt de derde stuur me uit – reizen die beesten dagenlang met ons mee en raken ze zo vermoeid dat ze op het dek gaan zitten om uit te rusten. Ze krijgen dan wat te eten en lijken voor niets en niemand bang.
Op de brug een lekker muziekje, Chris Rea, de deur naar bakboord staat open en een koel maar niet vervelend windje waait zachtjes naar binnen.
Kopje thee. Op zo’n moment vallen de stukjes van mijn puzzel een beetje op hun plaats, een paar redenen om deze reis per vrachtschip te doen worden duidelijk.
De weidsheid, het wezenlijke contact met de natuur, de langzame veranderingen, de rust, het sfeertje op het schip (die nog eens versterkt wordt door de volledig Russische crew).
Peaceful, zouden de Engelsen zeggen. Zo een klein stipje op zoveel water. 2/3 van de wereldbol wordt bedekt door zout water, wij zijn slechts 153 meter lang en zitten er midden op. Vanaf de brug gezien is het heel indrukwekkend hoe de neus van het schip zich steeds maar weer in het water laat vallen. Een prachtige witte spray waait dan met de wind mee weg. Schitterend. Ik sta nu toch zeker al twee uur onafgebroken naar het hele schouwspel te kijken en heb me nog geen minuut verveeld. Er gebeurt zo weinig en toch zo veel.
Om twaalf uur is de zon helemaal door gekomen en is de temperatuur geklommen tot 21 graden. Ik zit buiten uit de wind in de zon. En realiseer me dat ik om één uur te laat ben voor de lunch. Tan pis, het zeemansleven is hard, maar je valt er wel van af. Dan maar een middagdutje en wat lezen.
Vanwege de gemiste lunch meld ik me voor de middagthee. En zowaar, er is een lekker harinkje met uien en peterselie. En een appeltje.
Het weer is na de thee omgeslagen, alles is weer grijs, maar het volgende hoofdstuk is aan de horizon al duidelijk geworden. Daar is het blauw. De weatherfax van 16.00 uur laat overigens zien dat er een behoorlijke storm ten noorden van ons richting Zuid-Ierland naar het kanaal trekt. Maar volgens mijn non-educated guess doen wij zuid-west en de storm noord-oost, dus volgende keer beter.
We varen 235 graden richting zuid-zuid West-Azoren en zijn op de hoogte van de noordgrens van Portugal met Spanje. Maak wat kunstfoto’s in de eerste vroege avondzon en ben benieuwd of daar over een jaar nog iets van over is gebleven. Blijf de hele vooravond op de brug en wordt door de tweede stuur doorgezaagd over het oude communisme van Rusland (het was nog zo slecht niet). Hij spreekt moeizaam en heel langzaam Engels, samen komen we er wel uit. De opkomst van de sterren en planeten is imposant, helaas komen er ook al snel wolken en wordt het hele schouwspel dus al snel onzichtbaar. Jammer, maar er komen nog vele nachten. Geweldige sfeer nu op de brug. Er zijn dikke gordijnen rondom de kaartentafels en secondaire informatiepanelen geschoven en alleen het zachte donkergroene licht van de radar en de andere hoogst nodige schermen is zichtbaar. Hierdoor valt op hoe vreselijk donker het buiten is. Zwart. Geen maan ook. Stilte. Voelbare stilte. Heel bizar als je het niet gewend bent.
Ga om 20.00 uur eten en het is werkelijk niet te filmen hoe smerig dat eten is. Gelukkig dat de haring nog voelbaar is, anders had ik nog honger gehad ook. Morgen ga ik ergens anders eten….
San José, Costa Rica 1998-1999
Robert Monas was (anno 1998) satelliettelevisie-ondernemer, kenner van het Cubaanse nachtleven en cursist bij Spaans Leren. Inmiddels is hij na veel omzwervingen door Costa Rica, de VS en Canada teruggekeerd naar Nederland.