»
B
A
R
R
A

L
A
T
E
R
A
L
«
De schilderijen van Paul Critchley
Nov 16, 2009 por Hans Konings

Schilderen is de illusie creëren van licht en schaduw. De verf, bestaande uit pigment, bindmiddelen en siccatief wordt op het doek of paneel gesmeerd. Lichte kleuren voor het licht, donkere kleuren voor de schaduw. En of het nu traditionele schilderkunst betreft of moderne abstracte, het menselijk oog laat zich niet bedriegen. Of wel? Verf is tenslotte taaie chemische materie en de weerkaatsing van het licht op haar pigmenten veroorzaakt een illusie. Licht en schaduw…, sol y sombra. (1998)

La Casa Blanca

La Casa Blanca

Het licht in Spanje is moordend, de schaduw een verademing. Niet voor niets zijn de kaartjes voor een zitplaats in de schaduw bij een stierengevecht duurder dan de plaatsen in de brandende zon. Niet voor niets begint een stierengevecht gewoonlijk pas rond 5 uur in de middag.

Voor de schilder vormt het Spaanse landschap een ongenaakbare uitdaging, want nuances tussen licht en donker aanbrengen, een geliefde bezigheid voor menig schilder, dreigt bij het Spaanse landschap tot mislukking gedoemd. Is dit misschien de reden dat er zo weinig Spaanse landschapschilders zijn in vergelijking bijvoorbeeld tot het grote aantal Hollandse meesters in dit genre? Zijn daarom de Spaanse schilderijen vaak zo somber en geschilderd in interieurs of bij nacht?

De in Spanje woonachtige Engelse schilder Paul Critchley (1960) lijkt de uitdaging te hebben aangenomen en neemt het scherpe contrast tussen het Spaanse witte licht en de schaduwen tot onderwerp van zijn vernuftige schilderijen.

Menigmaal worden zijn schilderijen gepresenteerd als drie-eenheden, zodat ze onderling onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Niet alleen wordt het scherpe licht op het schilderij zelf verbeeld met behulp van de verf, maar ook de muur waarop de schilderijen gehangen worden, doen mee aan het trompe l’oeil-effect. Een witte huiskamermuur suggereert de witte muur van een zuidelijk huis te zijn. Hangt men hetzelfde schilderij op een gelige muur, dan wordt het afgebeelde huis ook gelig. Zou men het schilderij op een donkere muur hangen, dan vindt er als het ware een weersomslag plaats en men loopt zelfs de kans het schilderij, hoewel al lang af en verkocht, alsnog te laten mislukken, omdat de lichteffecten het oog niet meer bedriegen.

Voor zijn schilderijen geeft Critchley instructies mee voor de beste manier van ophangen. Sommige triptieken dienen dan ook beslist tegen het plafond bevestigd te worden, zodat de huiskamer plotseling verandert in een smalle steeg, waar alleen loodrecht van boven een smalle streep licht naar beneden valt.

Just stand here...

Just stand here...

Deze schilderijen breken dan ook met de klassieke traditie van een afbeelding binnen een lijst. Immers het schilderij wordt afgemaakt door de muur waarop het hangt. En hierin schuilt het vernuft van de schilderkunst van Paul Critchley.

Technisch begaafd, met een volledige controle over het kleurgebruik, weet hij het contrastrijke Spaanse licht perfekt weer te geven en zo een vaak wat dromerige romantische sfeer te creëren die balanceert op de grens van het kitscherige, ware het niet dat er toch een zekere onrust veroorzakende, beklemmende atmosfeer wordt opgeroepen. Iedereen die wel eens een ogenschijnlijk verlaten Spaans stadje is binnengegaan op het heetst van de dag zal deze sfeer herkennen. Menselijke activiteiten zijn volstrekt afwezig in de straten, waar alleen een hond ligt te slapen in de – alweer – enigszins dragelijke schaduw. Alleen vanachter de donkere, over de balkons neergelaten persianas is lome beweging waar te nemen, of het geluid van een schetterende radio of tv te horen…, a las cinco de la tarde.

Bekijk Paul’s schilderijen op zijn eigen website. Alle hier getoonde afbeeldingen werden met zijn toestemming geplaatst.

Amsterdam, 21 december 1998

De stier, de man en de dood
Oct 13, 2009 por Monica Rotgans

Stierengevechten. In onze noordelijke ogen zijn er weinig barbaarsere beelden van dierenmishandeling dan dit Iberische spektakel. Bevlogen tegenstanders proberen aan deze praktijk via de politiek en emotionele acties een einde te maken, terwijl de aficionados even emotioneel proberen aan te tonen dat het bij de corrida om meer gaat dan het publiekelijk doden van een stier. (1998)

Toro bravo

Toro de lidia

De Nederlandse tegenstanders van het stierengevecht hebben een illustere voorganger: de eerste en enige paus die ons land ooit heeft voort gebracht, Adrianus VI. Toen deze in 1521 tot zijn verbazing gekozen werd, trof hij in zijn Vaticaanse hofhouding o.a. een aantal stierenvechters aan, in dienst om het Romeinse publiek regelmatig te vermaken met een gevecht. Hij ontsloeg ze onmiddellijk, wat zijn populariteit geen goed deed. Zijn opvolger nam ze trouwens meteen weer in dienst. Tijdens de Spaanse overheersing werden ook in de Nederlanden z.g. stierenjachten gehouden. Hiervoor maakte men dan gebruik van gewone huisrunderen.

Ondanks het overbekende beeld van de zwarte vechtstier, gepopulariseerd door de enorme ijzeren stieren van de sherrybaronnen Osborne, onderscheidt het beest zich juist door enorm veel kleurvariaties en hoorn- en lichaamsvormen. Feitelijk een hutspot van ooit inheemse runderen die het schiereiland in de loop der eeuwen bevolkt hebben. Visueel doet het denken aan wat we hier op onze veestukken van voor 1880 zien. En het bijzondere is dat het Spaans voor al deze kleuren en vormen eigen woorden heeft, zodat exact aangeduid kan worden over welke eigenschappen en vormen men het heeft. Om een idee te geven; de kleuren van de toro de lidia worden verdeeld in tien hoofdgroepen met weer ettelijke subgroepen. Een groot verschil met onze drie ‘oorspronkelijke’ hoofdgroepen: zwart, zwart-wit en rood-wit.

Het in 1552 publiceren van een officiële lijst van oor- en brandmerken beschouwt men als het begin van de vechtstier-fokkerij. De eerste bekende fokker was ene Blas Jijón. Zijn naam is nog steeds verbonden aan de vlammend, dieprode kleur die van tijd tot tijd bij de dieren opduikt, te danken aan zijn keus voor brandrode beesten uit de provincie La Mancha. Ondanks dat deze runderen niet meer als zuivere groep bestaan, blijft zo toch een verwijzing naar de oorspronkelijke afstamming aanwezig.

Als oudste kudde, na de uitgestorven Jijones, wordt die van Cabrera beschouwd. Van hen is sprake sinds 1745, met als eigenaar José Cabrera uit Utrera bij Sevilla. Kenmerkend voor deze dieren is hun vermogen onderscheid te maken tussen de cape en de man er achter, wat hen een gevaarlijk tegenstander maakt bij een confrontatie. Vandaag de dag is deze eigenschap nog aanwezig bij de gevreesde Miura’s, grote, lange stieren met een enorme energie. Kenmerkende kleuren: zwart, grijs, roodgespikkeld en soms bruinen met een z.g patrijzenoog.

Kudde twee is die van de gebroeders Gallardo. In 1750 samengesteld door de priester Don Bernaldo de Quires, die hiertoe stieren uit Navarra kruiste met koeien uit Andalusië. Dominante kleuren: zwart, zwart-grijs en kastanje. Huidige afstammelingen zijn de beroemde stieren van Pablo Romero.

Als derde stam beschouwt men de Vazquena’s. Rond 1757 ‘opgericht’ door Don Vázquez uit, alweer, Utrera. De oorspronkelijke dieren werden al snel gekruist met vier andere soorten zodat van het oorspronkelijke type niets overbleef. Deze overdaad aan voorouders veroorzaken bij de afstammelingen een breed kleurenspectrum, variërend van zwart naar wit, koffiekleurig en alles daar tussen.

De laatste groep is die van Vistahermosa, daterend uit 1775, ook weer uit Utrera. Over het jaartal wordt gediscussierd omdat een eerste ‘set’ stieren door een eerdere eigenaar al in 1733 in de arena van Sevilla werd gepresenteerd. Directe afstammelingen zijn de huidige Urquijo stieren. Door eeuwenlang een uiterst zorgvuldig fokbeleid te hanteren met zo goed als geen ‘vreemd’ bloed zijn de kleuren beperkt: zwart, donkergrijs en kastanje.

Er zijn er natuurlijk meer geweest, maar men laat groepen die niet duidelijk aanwijsbare invloeden hebben of nog te ‘jong’ zijn, buiten beschouwing. Het zou voor de lijn van dit verhaal ook te veel worden om diepgaand op deze materie in te gaan.

Welke stieren nog wel vermeldenswaard zijn, zijn de Morucho’s. Afkomstig uit de omgeving van Salamanca, geen zuivere bravos door een te hoog gehalte aan ‘gewoon’ rund in hun afstamming. Deze dieren worden vanwege hun gehardheid en weinig veeleisende karakter gebruikt voor de ruwe dorpsfeesten.

Bij bovenstaande opsomming is duidelijk te zien, dat de bakermat van de vechtstier-fokkerij in het hete zuid-Spanje, in Andalusië ligt. Nog steeds komen daar de meeste, en beste stieren vandaan en men gelooft ook dat de barre omstandigheden waarin de dieren moeten leven, weinig water en voedsel, de omstandigheden zijn waardoor een rund met dit karakter zich heeft kunnen ontwikkelen. Als een stier een Spaanse (of Portugese, of Mexicaanse, of Columbiaanse) arena binnen dendert, is hij doorgaans tussen de drie en vijf jaar oud en weegt hij tussen de vier- en zeshonderd kilo. Niet zo zwaar dus vergeleken met het ons bekende slachtvee.

Deze stier is een fokproduct, toegesneden op de eisen van de tegenwoordige stierenvechters. Wendbaar, kort dus, met een karakter en uithoudingsvermogen geschikt om het het vijftien minuten durende gevecht vol te houden en te doen wat er van hem gevraagd wordt.. Niet meer te vergelijken met het beest dat vijftig of honderd jaar geleden in de arena stond.

Leg een ets van de 19e eeuwse Spaanse schilder Goya naast een foto van een huidige toro de lidia en het verschil is duidelijk zichtbaar. De opgerichte horens zijn nu laag en naar voren, het lichaam is anders geproportioneerd en ook het temperament is niet meer zoals dat bij de stieren uit Goya’s tijd gebruikelijk was. Zelfs een stier uit de tijd van Hemingway, de jaren ‘30, verschilt hemelsbreed van wat er nu in arena’s te zien is. Deze ‘oude’ vormen zijn nog terug te vinden in een restant van het originele Portugese vechtras , de toiro da terra, die op de rand van uitsterven staat, en bij de zwarte halfwilde runderen uit de Rhone-delta. Ook een vechtstier moet beantwoorden aan de wetten van vraag en aanbod. En aan de mores van de tijd. Voor veel aficionados is het heden een dieptepunt in de geschiedenis van de corrida en ziet men de toekomst somber in. Niet alleen vanwege de stijgende populariteit van het spektakel, dat ten koste gaat van de kwaliteit van de aangeboden stieren, maar ook door het teveel tegemoet komen aan de eisen van de toreros, die er uiteraard baat bij hebben de arena ongeschonden te verlaten en steeds kleinere en handzamere tegenstanders vragen. Voor een dier dat gewend is aan de extreme omstandigheden en het karige voedselaanbod van zijn geboortegrond zijn dit soort zaken funest. Het resultaat is een al na tien minuten naar adem snakkende stier, geveld door een teveel aan vet en kilo’s. Ook de z.g. wilde toro bravo blijkt niet anders dan onze gedomesticeerde runderen. Een product geschikt voor het doel wat men gesteld heeft met een nauwkeurig afgepaste hoeveelheid vrijheid om oude emoties en verlangens in leven te houden.

Want het blijft indrukwekkend en ongrijpbaar: een woedende toro bravo, de staart geheven, de nek strak gezwollen van drift, een oervorm, vol zelfvertrouwen de arena instormend, het speeksel in lange slierten achter zich aan trekkend, de kop snel heen en weer bewegend, klaar om elke vijand onmiddellijk aan te vallen. Ons.

Amsterdam, mei 1998

Monica Rotgans is een door het Iberisch schiereiland gefascineerde schilder en beeldhouwer. Ze organiseert schilderreizen naar Zuid-Spanje. Daarnaast is zij auteur bij verschillende magazines en docent schilderen. Zij publiceerde o.a. Toros y Tierras en het prachtige schilderboek Verf.

Verf
Verf – Monica Rotgans

De stier – eeuwenoude fascinatie
Sep 21, 2009 por Monica Rotgans

Een in Mesopotamië gevonden tekst verhaalt ‘De grote stier, de oppermachtige stier, die de heilige grond betreedt… koren plantend en overvloed genererend.’

980301-toro_monicarotgans

Toro

De zeevarende Phoeniciërs brachten deze Baal naar hun vele koloniën; o.a. naar Griekenland, Italië en Spanje. En aan deze stierenvereerders danken wij ook de eerste letter van ons alfabet; de A. Oorspronkelijk omgekeerd, met de punt naar beneden, de kop van Baal voorstellend.
De stiergod en de koegodin vestigden zich aldus in vele vormen rond de Middellandse zee en zuidelijker in Afrika.

De aanwezigheid van deze vele vormen van de stierencultus wijst er ook op dat in die tijd in de genoemde streken nog de voorwaarden aanwezig waren om kudden runderen te weiden. Waar de Mediterrane landen nu gekenmerkt worden door geërodeerde heuvels en zandvlakten, groeiden toen nog bossen en gras. Denk maar aan de beroemde, haast verdwenen, ceders van de Libanon, de pijlers van menig heiligdom toendertijd.

Na de Sumeriërs en de Carthagers, pleegden de Grieken en Romeinen een enorme kaalslag in de Mediterranee, wat een Griekse tijdgenoot al deed verzuchten dat de natuur kapot werd gemaakt, louter en alleen om de enorme vloten, nodig voor oorlog en handel, te kunnen bouwen. Het wegspoelen van de vruchtbare grond leidde er tenslotte toe dat grote delen van het land alleen nog geschikt waren voor geiten en schapen.
Dat schilderachtige beeld dat we op onze vakanties in het zuiden nog steeds tegenkomen.

De indrukwekkendste overblijfselen van de stierencultus zijn die op het Griekse Kreta. Grote zwarte stierenkoppen met vergulde of gouden horens, enorme wandschilderingen, munten en vaatwerk met stieren.
Op dit eiland zouden koning Minos en zijn twee broers geboren zijn, nadat zijn moeder, Europa, door de verliefde oppergod Zeus in de gedaante van een witte stier geschaakt en er verkracht was.
Zoals veelal gebruikelijk bij vorsten uit de klassieke oudheid, moesten deze na een cyclus van acht jaar hun koningschap en hun kracht hernieuwen door contact met de oppergod. Minos trok zich daartoe dan terug in een grot en als teken van zijn herwonnen vitaliteit werden na zijn terugkomst mensenoffers gebracht. De onfortuinlijke Atheners moesten hiertoe elke acht jaar zeven jongens en zeven maagden sturen. Bestemd voor zijn zoon, de Minotaurus, de stierman, heerser in het labyrinth of een verpersonificatie van deze figuur. Het eerste hield, denkt men, een levenslange opsluiting in, het tweede een offeren aan een bronzen stierenbeeld, stand-in voor de koning en de zon.
De slachtoffers werden of in een hol stierenbeeld levend geroosterd of in de handen van een beeld met een stierenkop gelegd, dat hen daarna in het vuur liet glijden. Ondanks het symbolische vernieuwen van levenskracht zijn dit gruwelijke handelingen en staat de stier in onze hedendaagse ogen meer voor de dood dan voor het leven. Het is het leven voor leven en het bloed voor bloed, dat herinnert aan de oorlogs- en dondergoden van de militaristische steppenvolken.

Op het Griekse vasteland en in de toenmalige Griekse kolonieen werd de kombinatie stier, leven en dood op een andere manier vorm gegeven.
De vegetatiegod Dionysus, oftewel Bacchus, die wij uit de beeldende kunst vooral kennen met druivetrossen om zijn hoofd en een glas wijn in de hand, had in de oudheid niet de vreedzame gedaante waarin wij hem kennen.
Een offer had vroeger gewoonlijk dezelfde vorm als de gedaante waarin de god werd aanbeden. Eén van de verschijningsvormen van Dionysus was de stier. En ter ere van deze verschijning en ter herdenking van zijn herrijzenis uit de dood, vond een gruwelijk ritueel plaats.
Op het bestemde tijdstip en op de bestemde plaats, kozen de volgelingen van de god uit een kudde een stier. Deze keus bepaalde volgens hen de god zelf, Dionysus. Vervolgens werd het geselecteerde beest met slingers versierd en naar de tempel gedragen. Daar storten de aanwezigen zich op het dier om het met hun tanden levend te verscheuren. Al doende werd hen de kracht van de god deelachtig , wiens vlees zij immers aten. Buiten dit soort offers werd er immers geen rundvlees gegeten; dit bleef beperkt tot het eten van vlees van dieren die eerst aan een god geofferd waren.

Het geloof in de potentie van de stier, het geloof in zijn levenskracht en aan de andere kant zijn beangstigende wortels in het dodenrijk, vertroebelen tot op zekere hoogte nog steeds ons denken over dit beest.

Amsterdam, maart 1998

Monica Rotgans is een door het Iberisch schiereiland gefascineerde schilder en beeldhouwer. Ze organiseert schilderreizen naar Zuid-Spanje. Daarnaast is zij auteur bij verschillende magazines en docent schilderen. Zij publiceerde o.a. Toros y Tierras en het prachtige schilderboek Verf.

Verf
Verf – Monica Rotgans

Inspiración estilo gráfico : Ahimsa | privacybeleid
© Spaans Leren