»
B
A
R
R
A

L
A
T
E
R
A
L
«
The Maltese Connection
jun 6, 2011 por Hans Konings

Malta bestaat uit een vijftal eilanden, gelegen in de Middellandse Zee tussen Sicilië en Tunesië. Een strategisch gelegen voormalig Brits bolwerk, 1800 kilometer ten oosten van dat andere Britse roversnest, Gibraltar. Malta deelt met Spanje nog een ander kenmerk; een aantal eeuwen Arabische overheersing. Spaans Leren ging naar Malta om met eigen ogen te kijken of er nog meer verband met Spanje is vast te stellen.

Malta bus - juguete chino

Malta bus - juguete chino

De eerste blik na aankomst op het vliegveld van Malta bestaat uit een chaos van her en der gebouwde woonwijken, opgetrokken uit gelige pokdalige steenblokken, – iedere woonwijk zijn eigen rode kerkkoepel, en onderling verbonden door een spinnenweb van korte stukjes vierbaanswegen met rotondes als knooppunten, waarover het verkeer volgens Britse gewoonte links rijdt. Opvallend veel oude Engelse auto’s, waaronder de van ansichtkaarten bekende ronkende gele autobussen, die wel weggereden lijken te zijn uit een tekenfilm van Donald Duck. Alles maakt een haveloze indruk.

Een wandeling ‘s avonds door het uitgaanscentrum St. Julians bevestigt deze indruk. Veel nerveus toeterend verkeer, smalle stoepen, geparkeerde auto’s en overal Engels aandoende pubs naast kleine nerinkjes die tot ‘s avonds laat geopend zijn. Terrassen onder palmbomen, – toch een kenmerk van veel Mediterrane landen, zijn vrijwel nergens te bekennen. Ook parken zoals men in bijna iedere Spaanse stad aantreft, zoek je hier tevergeefs.

Bijna alle teksten op openbare borden zijn in het Engels opgesteld, terwijl het duidelijk is dat het Engels de moedertaal niet is van de inwoners van Malta. Allen spreken de taal van de Britten goed, maar onderling verstaan ze zich in het Maltees, een Semitische taal, die veel overeenkomsten vertoont met het Arabisch. De klank en toon doen ook Arabisch aan, al schijnen de meeste Arabieren het Maltees volstrekt onbegrijpelijk te vinden. Dit Maltees is een erfenis van de Moorse overheersing in de zeer vroege middeleeuwen (870-1090), ongeveer gelijktijdig met de Moorse heerschappij in Spanje (711-1492). Maar met de komst van de Johannieter kruisridders is het eilandenrijkje voorgoed katholiek geworden, iets wat de Maltezers met trots manifesteren in met veel liefde gebouwde overmaatse koepelkerken, die overal de horizon beheersen, zowel op Malta als op het nabij gelegen eiland Gozo.

De totale bevolking is niet groot. Ruim 350.000 mensen, waarvan er 27.000 op Gozo en een handjevol op Comino wonen. De overige eilandjes zijn onbewoond. De Maltezers vormen een hechte gemeenschap, trots op hun onafhankelijkheid. De eigen munt, de Maltese pond, is stabiel, de werkloosheid laag. Criminaliteit? Als er een paar individuen ‘s nachts een aantal kratten whisky op het strand aan land zetten zonder de vereiste accijnzen te betalen, dan is dat voorpaginanieuws in The Times of Malta. De nationale trots blijkt uit een redactioneel commentaar in diezelfde krant, die je op iedere straathoek kopen kunt. Nu Bill Clinton er maar niet in slaagt om de Israeli’s en de Palestijnen tot een vredesaccoord te dwingen, is het moment aangebroken dat de Maltese diplomaten zich met de kwestie inlaten! Heeft Malta, zo schrijft de redactie, niet immers uitstekende banden met zowel het westen als de Arabische landen?

En hier komt plotseling een overeenkomst met Spanje naar voren. Ook Spanje beroept zich immers op dezelfde banden als het een bemiddelende rol speelt in het Midden-Oostenconflict. Spanje kan bogen op verschillende diplomatieke successen op dit terrein. Het land verrichtte veel voorbereidend werk op weg naar de Oslo-accoorden.

Water naar de zee brengen?

Water naar de zee brengen?

De goede banden met zowel het westen als met de Arabische wereld zijn niet alleen gelegen in de historie en de karakteristieke eigenschap van de Maltezers dat ze een soort Arabisch spreken en tegelijkertijd katholiek zijn, maar ook in de politieke verdeling die de bevolking in precies gelijke mate verdeelt. De Arbeiderspartij verkeert wat het electoraat betreft in evenwicht met de Nationale Partij. De Arbeiderspartij onderhoudt nauwe banden met het Libië van Khadaffi en het bloedrode Noord-Korea, terwijl de Nationalisten grote vriendschap koesteren voor de Europese Unie. Bij de verkiezingen wisselen deze partijen regelmatig de macht en altijd draait het om enkele procenten verschil in de stembusuitslagen. Dus misschien is het idee, dat zo’n kleine maar trotse republiek zich bemoeit met de poging het vlammende conflict 1800 kilometer verderop naar het oosten te blussen, niet eens zo zot als het op het eerste gezicht lijkt.

Toch kan al deze trots niet verhinderen dat Malta op de buitenstaander een armoedige indruk maakt. De huizen zien er slecht onderhouden uit; de oude Engelse auto’s maken geen deel uit van een hobbyclub en overal op het eiland Malta wemelt het van de vuilnisbelten met autowrakken, afgedankte wasmachines en ander oud ijzer. Daar kan geen fraai gefotografeerde ansichtkaart of toeristenbrochure iets aan af doen. Een ritje met de auto naar de historisch monumentale stad Mdina midden op het eiland biedt een troosteloos aanzicht. Het landschap van Malta kan het best omschreven worden als een glooiend stuk rots dat uitsteekt boven de zee waar alleen wat laag gewas, dat er uitziet als onkruid, wil groeien.

Eenmaal aangekomen op de stadsmuren van de vestingstad Mdina wordt deze indruk bevestigd. Men heeft er uitzicht over het hele hoofdeiland, waar men bij helder weer aan alle kanten de zee zien kan. In noordelijke richting ziet men de stedelijke bebouwing als een witte schimmel over de rotsen kruipen.

Vista hacia el norte desde Mdina

Mdina wordt in alle gidsen omschreven als de Silent City vanwege het uitgestorven karakter van de stad. Ooit hoofdstad van Malta, heeft het zijn centrale rol in de Maltese gemeenschap lang geleden moeten opgeven, toen de strategen in 1566 besloten een nieuwe vestingstad te bouwen die voldeed aan de toen heersende inzichten over de krijgskunst. Deze nieuwe stad werd Valetta genoemd en gebouwd aan de noordkust, aan de rotsoevers van een baai met meerdere inhammen. Valetta, met een stratenpatroon dat later in het kwadraat werd herhaald door de bouwmeesters van Manhattan in New York, werd de nieuwe hoofdstad.

Mdina werd door de bewoners verlaten en verwerd tot een stadje waar vandaag de dag alleen toeristen zich nog thuisvoelen. Zij lopen door de stille smalle straatjes op zoek naar het Maltese verleden. Ook wij liepen er rond met de gids in de hand op zoek naar een huis waarvan verteld wordt dat de Spaanse koning Alfonso XIII er in 1927 nog gelogeerd heeft. Hij maakte daarmee gebruik van een privilege dat is voorbehouden aan het Spaanse koningshuis.

Het huis, Casa Inguánez, stamt uit 1370 en wordt omschreven in de gidsen als een paleis. Aan de buitenzijde is daarvan weinig te zien. In de smalle straat die naar het huis is genoemd is, is slechts een blinde muur zonder vensters of deuren te zien en men moet het blok omlopen om in de tegenoverliggende Mesquitastraat te zoeken naar de ingang.

Triq Inguanez

Triq Inguanez

Het huis behoorde toe aan de stadhouder van Spanje op Malta en tevens hoofd van een voorname Maltese adellijke familie, een uit Spanje afkomstige Inguánez, die via Italië naar Malta kwam. Deze relatie verschaft tot op de dag van vandaag het speciale privilege aan het Spaanse koningshuis om hier onderdak te vinden.

Mocht de huidige koning, Juan Carlos, Malta willen bezoeken, dan doet hij er goed aan om ook het blokje rond te lopen en de Mesquitastraat in te slaan en voor nummer 12 stil te houden en met de fraaie trekbel zijn komst aan te kondigen. Misschien dat hij, als hij zegt Dit is de koning van Spanje, laat mij binnen!, meer succes heeft dan Dit is Konings van Spaans Leren, laat mij binnen! Voor gewone stervelingen is Casa Inguánez gesloten. Dit is jammer, want aan de buitenkant viel niet veel bijzonders te zien, of men moet de opvallende bronzen deurkloppers noemen die naast de ijzeren trekbel dienen om de komst van een bezoeker aan te kondigen.

Amsterdam, januari 2001

Catalonië Taal, Cultuur en Literatuur
mar 2, 2010 por Inge Sommer

Catalonië Taal, Cultuur en Literatuur is een weblog van Marga Demmers en bevat interessante artikelen en reisverhalen over Catalonië. O.a. over de minder bekende bouwwerken die Antoni Gaudí in de Pyreneeën bouwde, zoals de tuinen van Artigas. Ook de Catalaanse taal en cultuur komen ruimschoots aan bod.

Lee más… (nl)

¡Compatriotas!
oct 26, 2009 por Robert Monas

Robert Monas liet huis en haard in Nederland achter en scheepte zich in Le Havre in om een zeereis te ondernemen, die hem drie weken later in Costa Rica bracht, alwaar hij een jaar hoopt te blijven. In dat jaar zal hij door de Cariben rondreizen en via de e-mail z’n achtergebleven landgenoten op de hoogte houden van zijn avonturen. (1999)

Landgenoten,

Vooruitlopend op mijn verbinding via de locale PTT in Costa Rica en in de hoop dat die firma;  – Racsa – waar maakt wat zij mij gisteren beloofde (on line per heden middag 16.00 uur), ben ik dan maar  in de tropische tuin van mijn appartement/hotel gaan zitten. In de zon. Drie papegaaien schreeuwen om het hardst om aandacht en de bananen- en koffiebomen om mij heen zwaaien me vriendelijk toe…

Plátanos

Plátanos

Voor het eerst sinds ik hier op 5 december ben aangekomen is er een vermoeden van zon “achter een bedje van”  grijze wolken. Maar dat is al een stuk beter dan de enorme regen die ik sinds mijn aankomst hier in Costa Rica heb mogen meemaken.
Volgens de locale lieden (ticos) is het allemaal nog nasleep van Mitch en als je zegt dat dat onzin is, ligt het aan El Niño, en als je (en dat in vloeiend Spaans natuurlijk…) uitlegt dat die ook al lang voorbij verklaard is, dan blijkt december hier ook gewoon winter te zijn. Dat verklaart dan ook waarom het zo God vergeten koud is, voor tropische begrippen wel te verstaan. Hoe dan ook, terwijl jullie de rayonhoofden reeds bij elkaar hebben geroepen, zit ik hier nu prinsheerlijk achter de Appel in de tuin te typen.
Ongeveer zoals dat in al die commercials wordt voorgedaan. Met het grootste gemak. Laptop op klein tafeltje. Geen snoeren naar stopcontacten en gelijktijdig, heel zacht op de achtergrond, Sting, die volstrekt multimediaal zijn liedjes op de achtergrond uit de kleine speakers van de Appel kweelt. Jammer dat ik niet op een klein schermpje, zo linksboven in mijn computer kan zien hoe Ajax (dat moet nu wel zolangzamerhand begonnen zijn?) uit de Champions League wordt gekegeld. Maar gelukkig geloof ik dat het onze vanavond op ESPN wordt herhaald. En toevallig weet ik een leuke kroeg hier in San José waar dat op grote schermen wordt uitgezonden.

Enfin, lekker temperatuurtje, kopje overheerlijke Costa Ricaanse – o zo zachte – koffie naast me. Zwembroek en t-shirt. Het enige wat nog ontbreekt is een mooie zwoele dame, maar dat zou dan toch maar weer leiden tot minder type-arbeid. Misschien moet ik een secretaresse huren die gewoon uittypt wat ik ter plekke verzin. Dan kan ik gewoon op een tuinstoel gaan liggen, nog aangenamer….

Inmiddels is er weer een dag voorbij en ik ben nog steeds niet online, ik wist dat dit me te wachten stond hier in Costa Rica, maar het is toch wel vervelend als je denkt dat iets “vandaag” geregeld zou zijn, en dat dan blijkt dat je weer terug moet naar het Telecom kantoor, nummertje trekken , uren wachten, en met handen en voeten uitleggen, dat je etc. etc. Nee, het spijt ons vreselijk, maar mijn collega had vergeten dit of dat in te vullen, maar U wordt maandagmiddag echt ECHT aangesloten. Een Europeaan denkt dan naar de concurentie te gaan, hier is de Racsa een monopolist, dus dan weet je het wel. Mañana, mañana dus. Ach het zal wel goed komen.

Maar laat ik bij het begin beginnen…

MS Hornbay

MS Hornbay

Zeeschip in Le Havre

Le Havre 18 november,

Het was wereldvreemd om na enig zoeken in zo’n enorme haven met verschillende kade’s een schip te zoeken. Weet ik veel. Maar uiteindelijk lag daar dan toch de MS Hornbay, fruitjager, containerschip, RoRo, Refre’er en bulker. 153,5 meter lang 23 meter breed. Gebouwd in 1990 in Pula Joegoslavië door de Pluto Shippingbuilding Company, 5850 ton schoon aan de haak. Varend onder de vlag van Monrovia, Duits van huis uit, maar nu onder Schots management, met een volledig Russiche bemanning. Met als 6 maanden contract om containers, roro’s en bulk te lossen in West Indies, Curaçao en Colombia en om fruit te laden in Colombia, Panama, en Costa Rica. En dan weer terug naar Antwerpen, Hamburg en uiteindelijk Le Havre.
Eenmaal aan boord bleek dat ik de enige passagier zou zijn en dat de bemanning alleen Russich sprak. Alleen de kapitein, eerste en derde officier spraken redelijk Engels en/of Duits. Maar dan wel met zo’n geweldig vet Russich accent. Dit kwam het filmische gehalte enorm ten goede. De steward, Dimitri (wat anders?) stonk naar zweet, maar heeft me gelukkig wel geholpen om mijn belachelijke hoeveelheid (veel te veel natuurlijk) bagage over de wiebelende loopplank naar boven te sjouwen en hij wees me op z’n aller Russisch   naar mijn hut. Keurig verzorgd, alles heel basic maar wel een badkamertje met een douche, toilet en wastafel. 220 volt was overal in ruime mate aanwezig. Een klein bureautje, net voldoende voor mijn laptop met extra speakers, wat boeken en een lampje. Alles natuurlijk flink gezekerd voor eventueel zwaar weer. Ik werd al misselijk bij de gedachte….
Je hoeft niet gestudeerd te hebben om je te realiseren dat je die mensen volstrekt met rust moet laten als ze bezig zijn met hun laatste voorbereidingen en met het laden van alle vracht. Je voelt dan wel volstrekt out of place. Voorzichtig maar een beetje door het schip lopen, trappen op en af, en denken dat je verdwaald bent. Niemand die je overigens een strobreed in de weg legt.

Dan eindelijk omstreeks middernacht extra activiteit en trossen los. Met twee sleepboten op weg naar de havensluizen en nog onder wat bruggen door. Mijn God, wat is zo’n schip groot. En weer een paar uur later eindelijk op zee. Drukke waterweg, het Engelse Kanaal. Donker, maar toch overal de lichten van schepen. Ik voelde me als een kleine jongen die voor het eerst op reis ging. Ik wilde de mensen niet tot last zijn en vond het dus niet zo’n goed idee om op de brug te gaan staan. Maar naast de brug zowel aan bak- als aan stuurboord zijde kan je buiten staan, en ondanks de koude, regen en wind was het sensationeel om dat hele gedoe van daar uit te kunnen zien. Om  04.00 uur s’ochtends waren we al ver op volle zee en ben ik  dood- en doodmoe naar kooi (niet naar bed, naar kooi!) gegaan.

De derde dag,

Het slapen met de deining begint te wennen, ik word nog wel een paar maal per nacht wakker en als ik voor de vierde maal wakker wordt kijk ik naar buiten en zie dat het al licht wordt. De witte schuimkoppen zijn verdwenen en de zee is relatief kalm geworden. Er is nog wel een behoorlijke swell, maar nogmaals daar wen je aan. Alleen poepen is lastig. Piesen gaat wel en is zelfs wel vermakelijk. Douchen is echter het grootste probleem. Je moet je continue in evenwicht zien te houden, anders ga je gegarandeerd onderuit. en de douchekop slingert gezellig alle kanten mee. Ik heb later met een touwtje en met behulp van mijn Leatherman (don’t leave home without it…) een prachtige constructie gemaakt waardoor de douchekop op een plek blijft staan.

Het klimaat is de afgelopen nacht ook veranderd, Het is nog wel grijs bewolkt maar het zicht is goed. Ik kan zonder jas naar buiten en de kapitein zegt dat het zeewater zo’n 19 graden Celcius is. Morgen wordt het kleine zwembadje voor het eerst gevuld. En dat zou de verdere reis steeds elke dag ververst worden. Buiten is het nu 18 graden. Van af de brug is het uitzicht geweldig. Pas nu valt de enorme weidsheid op. Water zover je kan zien. Wolken. Regenbuien over bakboord, zelfs een beetje blauw over stuurboord, de wind is voelbaar  en zichtbaar. Bijzonder indrukwekkend. De wereld is nog steeds plat. Twee vogels vliegen voor ons uit dan weer een cirkel rond het schip. Wat doen die beesten hier, vraag je je af. Soms -legt de derde stuur me uit – reizen die beesten dagenlang met ons mee en raken ze zo vermoeid dat ze op het dek gaan zitten om uit te rusten. Ze krijgen dan wat te eten en lijken voor niets en niemand bang.
Op de brug een lekker muziekje, Chris Rea, de deur naar bakboord staat open en een koel maar niet vervelend windje waait zachtjes naar binnen.
Kopje thee. Op zo’n moment vallen de stukjes van mijn puzzel een beetje op hun plaats, een paar redenen om deze reis per vrachtschip te doen worden duidelijk.
De weidsheid, het wezenlijke contact met de natuur, de langzame veranderingen, de rust, het sfeertje op het schip (die nog eens versterkt wordt door de volledig Russische crew).
Peaceful, zouden de Engelsen zeggen. Zo een klein stipje op zoveel water. 2/3 van de wereldbol wordt  bedekt door zout water, wij zijn slechts 153 meter lang en zitten er midden op. Vanaf de brug gezien is het heel indrukwekkend hoe de neus van het schip zich steeds maar weer in het water laat vallen. Een prachtige witte spray waait dan met de wind mee weg. Schitterend. Ik sta nu toch zeker al twee uur onafgebroken naar het hele schouwspel te kijken en heb me nog geen minuut verveeld. Er gebeurt zo weinig en toch zo veel.

Om twaalf uur is de zon helemaal door gekomen en is de temperatuur geklommen tot 21 graden. Ik zit buiten uit de wind in de zon. En realiseer me dat ik om één uur te laat ben voor de lunch. Tan pis, het zeemansleven is hard, maar je valt er wel van af. Dan maar een middagdutje en wat lezen.
Vanwege de gemiste lunch meld ik me voor de middagthee. En zowaar, er is een lekker harinkje met uien en peterselie. En een appeltje.
Het weer is na de thee omgeslagen, alles is weer grijs, maar het volgende hoofdstuk is aan de horizon al duidelijk geworden. Daar is het blauw. De weatherfax van 16.00 uur laat overigens zien dat er een behoorlijke storm  ten noorden van ons richting Zuid-Ierland naar het kanaal trekt. Maar volgens mijn non-educated guess doen wij zuid-west en de storm noord-oost, dus volgende keer beter.

We varen 235 graden richting zuid-zuid West-Azoren en zijn op de hoogte van de noordgrens van Portugal met Spanje. Maak wat kunstfoto’s in de eerste vroege avondzon en ben benieuwd of daar over een jaar nog iets van over is gebleven. Blijf de hele vooravond op de brug en wordt door de tweede stuur doorgezaagd over het oude communisme van Rusland (het was nog zo slecht niet). Hij spreekt moeizaam en heel langzaam Engels, samen komen we er wel uit. De opkomst van de sterren en planeten is imposant, helaas komen er ook al snel wolken   en wordt het hele schouwspel dus al snel onzichtbaar. Jammer, maar er komen nog vele nachten. Geweldige sfeer nu op de brug. Er zijn dikke gordijnen rondom de kaartentafels en secondaire informatiepanelen geschoven en alleen het zachte donkergroene licht van de radar en de andere hoogst nodige schermen is zichtbaar. Hierdoor valt op hoe vreselijk donker het buiten is. Zwart. Geen maan ook. Stilte. Voelbare stilte. Heel bizar als je het niet gewend bent.
Ga om 20.00 uur eten en het is werkelijk niet te filmen hoe smerig dat eten is. Gelukkig dat de haring nog voelbaar is, anders had ik nog honger gehad ook. Morgen ga ik ergens anders eten….

San José, Costa Rica 1998-1999

Robert Monas was (anno 1998) satelliettelevisie-ondernemer, kenner van het Cubaanse nachtleven en cursist bij Spaans Leren. Inmiddels is hij na veel omzwervingen door Costa Rica, de VS en Canada teruggekeerd naar Nederland.

Una mañana afortunada en Mallorca
oct 22, 2009 por Joop Maes

Como habíamos pasado la noche Loes y yo en el anexo del hotel, tuvimos que pasar por la calle y dar la vuelta a la esquina para valernos de nuestro derecho al desayuno. Vino hacia nosotros un viejo coche americano y, sin que parase este, nos gritó una de los tres ocupantes desde la ventanilla abierta: – ¿Parlez-vous français? (1998)

Hotel Cala d'Or

Hotel Cala d'Or

-Oui- le respondió mi novia.
Se oyeron un grito de alegría y el chirriar de los frenos.
No cabía duda de que esta gente se veía en la necesidad de obtener cualquier información de importancia vital siempre que ésta fuera dado en francés. Tres jóvenes se arrojaron del coche y se nos acercaron con sonrisas radiantes de felicidad.
En seguida la chica que había estado sentada junto al conductor, sacó unos papeles y un bolígrafo y, dirigiéndose a Loes, le preguntó si estuviéramos de vacaciones.
Mi novia tiene conocimientos bastante buenos del francés, y no es imposible en absoluto que le gustara demostrar esa capacidad aún más después de haber sido testigo de mis intentos pobres y embarazosos de mantener algo lejanamente parecido a una conversación sencillísima en español durante una semana, y que por eso no terminara la charla diciendo que antes del primer café del día, encuestas no podían tomarse en consideración, tal como habría sido su manera habitual.
Sólo había pocas preguntas pero una vez estas contestadas la reunión no se disolvió. Al contrario, llegó a ser festiva. Desde ahora se hablaban francés, inglés, español e incluso holandés, este último por iniciativa del conductor, un muchacho ligeramente anoréxico que parecía ser el jefe de la compañía.
Había llegado el momento de agradecernos la cooperación dándonos la oportunidad de ganar un premio.
Los jóvenes investigadores nos entregaron dos tarjetas ilustradas con tema de la copa del mundo de fútbol. Luego, cada uno de nosotros recibió una moneda para raspar una capa de color de plata desde cinco círculos en su tarjeta hasta descubrir las imágenes debajo. Mi moneda era una de cinco pesetas.
Yo había terminado primero y tenía tres camisetas de fútbol azules. Había ganado una camiseta. Sin embargo, a pesar de este éxito tenía la impresión que todo el tiempo la otra tarjeta iba llamando más atención. Estaba Loes casi lista. Creció la excitación para estallar en júbilo: – ¡Tres Copas de Oro! – ¡Increíble! – ¡Un milagro!

Todos estrechamos la mano a todos y luego otra vez. – ¡Tres Copas de Oro es el Premio Mayor!
Faltó poco para que estuviéramos bailando y cantando los cinco juntos.
-¿Qué es el Premio Mayor?
Había tres posibilidades: A. Una semana de vacaciones B. Una cámara de vídeo.
C. Un televisor con vídeo integrado.
-¿Cuál tengo yo?
Ibamos a verlo enseguida. Es que también había en la tarjeta un pequeño cuadro de color de plata. Sólo podía ser raspado por el Director. El Director estaba en Cala d’Or. Que subiéramos todos al viejo americano y saliéramos a Cala d’Or a toda prisa.
-Una pregunta: esa semana de vacaciones, ¿dónde sería?
-¡Dondequiera en el mundo que desee!- dijo la chica.
-En Mallorca- dijo el jefe. -Pero vayamos ahora mismo.
-No podemos ahora mismo. Es que tenemos que desayunar.
-¡Hombre! Han ganado el Premio Mayor, pues todo lo que deseen por desayuno se lo ofreceremos en Cala d’Or.
-Lo sentimos, pero vamos a desayunar aquí y ahora. Ya vamos a Cala d’Or para sacar el premio más tarde. ¡Hasta luego!

Según Loes, en el comedor de nuestro hotel se sirvió el peor café jamás. Sobre la mesa entre nosotros descansaba la tarjeta de las tres copas de oro.
-¿Qué crees que hay debajo del cuadrito de color de plata? me preguntó.
-No tengo ni idea.
-Me parece que puedo ver una A con nitidez.
-¿A través de la plata?
– Sí, dame cinco pesetas.
Y en efecto había ganado una semana en Cala d’Or. Pero no hemos ido a recibir el premio. Tampoco hemos comprado un piso de utilización compartida.
Somos holandeses desconfiados.

Amsterdam, september 1998

Joop Maes is marktkoopman en was (anno 1998) cursist bij Spaans Leren, bovenstaande tekst is door hem in het Spaans geschreven en niet ‘verbeterd’ door zijn docent.

Reizen door de Centrale Andes
oct 15, 2009 por Laurens Verhagen

Sommige plekken in Peru, zoals Cuzco, worden ieder jaar weer bedolven onder een stroom toeristen. De Centrale Andes bleef hierbij tot voor kort sterk achter, mede omdat het gebied jarenlang, met name in de jaren ’80, werd geteisterd door het terrorisme van het Lichtend Pad. Ook wat betreft de bereikbaarheid is er nog veel in te halen. Maar misschien heeft juist daarom een stad als Ayacucho nog nauwelijks iets van haar koloniale grandeur en authenticiteit verloren. (1997/1998)

Reizen door de Centrale Andes

Perú

Ik ga vanavond aan God vragen waarom Peru en Nederland zo ver uit elkaar liggen.

De drie mannen met wie we aan een tafeltje zijn beland, grijnzen ons breed aan. Na elke uitgesproken zin worden we op de schouders getimmerd en omhelsd. Unieke vrienden zijn we, nee, broeders zelfs. Ze zijn straalbezopen, wat om twee uur ‘s middags geen uniek beeld is in een willekeurige bar (betonnen vloer, grote flessen bier op tafel, afgekloven kippenbotten op de vloer en een tv die hard aanstaat) in Peru. We zijn in Ayacucho, in het gebied dat de ‘Centrale Andes’ wordt genoemd en dat ten noorden van Peru’s meest toeristische plaats Cuzco ligt.

Sinds enkele jaren is Ayacucho enigszins een plaats van betekenis voor de westerse toerist gaan worden. Daarvoor had de plaats slechts bekendheid als de geboorteplaats van de guerrilla-beweging ‘het Lichtend Pad’ (Sendero Luminoso). Ontstaan vanuit de universiteit, breidde de beweging haar activiteiten steeds verder uit en werd hoe langer hoe gewelddadiger. Vooral in de jaren ’80 was het gehele gebied zeer onveilig. Ook toeristen werden het slachtoffer van aanslagen. Het beste wat je in die tijd kon gebeuren, nadat je bus was tegen gehouden, was een ‘vrijwillige bijdrage’ voor de strijd te geven. Tot begin jaren ’90 raadt elke reisgids een ieder dan ook sterk aan zich zo ver mogelijk van dit terroristische broeinest te houden.

Inmiddels is er veel veranderd. President Fujimori leidt het land met dictatoriale hand en de strijd tegen het terrorisme heeft de hoogste prioriteit. Deze politiek legt in ieder geval het toerisme geen windeieren, want de belangstelling voor de Centrale Andes begint toe te nemen nadat het Lichtend Pad in 1992 beslissende klappen kreeg toegediend toen zijn leider en oprichter Guzman in Lima werd opgepakt.

Fujimori’s eigen populariteit is voor een groot deel gebaseerd op zijn hardhandig optreden tegen guerrilla-bewegingen. Nadat op 22 april van dit jaar de Japanse ambassade in Lima werd bestormd en de leden van de MRTA (Movimiento Revolucionario Tupac Amaru, actief vanaf de tachtiger jaren en toentertijd altijd in de schaduw opererend van het veel bekendere Lichtend Pad) waren gefusilleerd, stegen de populariteitscijfers van de president naar grote hoogten.

In Ayacucho doet weinig herinneren aan een gewelddadig verleden; het pittoreske plaatsje (gelegen op ruim 2700 meter, 100.000 inwoners) ademt de sfeer van iedere andere goed geconserveerde ex-koloniale stad in Zuid-Amerika. Met in het midden het centrale plein (dat altijd Plaza de Armas heet) met wat palmen, een zestiende-eeuwse Spaanse kathedraal, en om het plein de koloniale gebouwen met de typerende booggalerijen, zodat je altijd beschermd bent tegen zon en regen. En regenen doet het in deze tijd (januari) van het jaar. Steevast verandert de strak blauwe lucht aan het eind van de middag ineens in een dreigend vooruitzicht. De regen hangt als een donkere hoop in de lucht, alles lijkt één moment de adem in te houden en dan versplintert de dag met grote kracht. De steile steegjes veranderen in kolkende beken, stof en vuil worden meegesleurd en de geur van vette kip en afval maakt plaats voor die van de regen. De bevolking kijkt er niet van op of om en gelaten sjokken de meesten tot aan de kuiten door de nattigheid. Op hun hoeden staat een plasje water. Regentijd.

Aan de andere kant van de Andes, aan de kust, is het in deze periode juist mooi weer als voor een paar maanden de kleffe zeemist het veld ruimt. Onze reis begint hier, in de hectische hoofdstad Lima. Na twee dagen onder de felle zon te zijn klemgereden door hordes oude Kevers, is het tijd om de wijk naar rustiger en koeler gebieden te nemen. We kiezen op tamelijk irrationele gronden een van de vele busmaatschappijen uit. De bijrijder die het hardst aan je arm trekt, krijgt de meeste passagiers. Ondanks de telkenmale herhaalde beloften dat we ‘nu’ weggaan, zitten we zeker twee uur in een psychopatische hitte in onze bus te wachten tot we de Andes ingaan. De stank is ondragelijk, want de bus staat in een van de uitgestrekte sloppenwijken van Lima. Tot zover het oog reikt, verrijzen bergen vuilnis waarop de kartonnen onderkomens zijn geplaatst. Kleine kinderen en stokoude vrouwen proberen de inzittenden van de bus ondertussen van alles te slijten, van de nationale frisdrank Inca-kola – een mierzoete, geel-groen fluorescerende substantie – tot kolven maïs, van kip tot kauwgom. De bus rijdt uiteindelijk ongeveer loodrecht omhoog de Andes in. Als we op een pas van boven de 5000 meter wegens pech moeten halt houden en wat rondlopen in dit desolate landschap, merken we voor het eerst de verschijnselen van de beruchte hoogteziekte op: duizeligheid, misselijkheid en hoofdpijn. Na een paar passen ben je al uitgeput. Geen wonder dat de meest luxe woonwijken in de Peruaanse steden zich altijd het laagst bevinden. Op de heuvels staan de krotten. De eerste grote stad op weg naar Ayacucho is Huancayo: een grauwe stad met zo’n 300.000 inwoners. Het trage licht valt zinloos zacht op de vervallen gevels. Groepjes mensen zitten onder afdakjes in een dunne soep met de onvermijdelijke kipresten te roeren terwijl de colectivos (kleine busjes die als openbaar vervoer fungeren) rumoerig hun spoor door de dichte lucht trekken. Het is moeilijk te zeggen of alle nattigheid opstijgt van de aarde of neerdaalt vanuit de hemel.

De tocht vanuit Huancayo maakt evenwel veel goed, zeker nadat naast me een oude, zeer dikke en in zo’n veertig rokken gehulde Indiaanse heeft plaatsgemaakt voor een vriendelijk electriciteitsmasten-reparateur die drie dagen vanaf het noorden onderweg is om klussen te verrichten in Ayacucho. De man maakt deze reis vaker en stelt me telkens gerust als we met de bus weer eens boven een onpeilbaar ravijn hangen. Dat schijnt niets bijzonders te zijn. Door de hevige regenval zijn hele stukken van de toch al akelig smalle bergweggetjes weggeslagen. Je kunt beter niet aan de raamzijde zitten, want de momenten waarop je alleen maar afgrond ziet, en geen weg, zijn niet te tellen. Als er een tegenligger komt, zet de chauffeur zijn bus in de achteruit en jakkert een heel stuk doodleuk weer terug. Als het moet in het donker. Bij elke bocht staat wel een nisje met een Maria-afbeelding en een kruis met daarop de datum waarop een bus of vrachtauto naar beneden is gedonderd. De chauffeur slaat een kruisje, maar gaat er niet langzamer om rijden. Voor hem hangt een kleurrijk vaantje met de tekst Jesús es mi copiloto. Laten we het hopen.

Het ene moment rijden we door hoogvlakten terwijl we worden nagestaard door lama’s, over besneeuwde passen met formidabele vergezichten, om daarna ineens in een Grand Canyon-achtige omgeving met cactussen terecht te komen. De bus rijdt even later weer door rivieren of onder watervallen door in subtropische valleien. De illusie dat onze op het dak vastgesnoerde bagage droog aankomt, houdt allang geen stand meer. Naarmate we Ayacucho dichter naderen, worden de politiecontroles steeds scherper en frequenter. Elk dorp, hoe klein ook, heeft zijn uitgebreide politiepost. Kleine jongetjes met enorme geweren sommeren een ieder naar buiten te gaan en zich te legitimeren. Alles wordt geregistreerd: waar je vandaan komt, waar je naar toe gaat en waarom, wat je beroep is. Als een toerist van een andere bus onder het kopje beroep ‘terrorista’ invult, wordt deze grap niet echt gewaardeerd; zijn spullen worden binnenstebuiten gekeerd. Mannen schreeuwen, honden blaffen. Als de electriciteitsman mijn verschrikte gezicht ziet, legt hij me uit dat deze controles inmiddels doodnormaal zijn. Ook al is het niet een echt een prettig gezicht, ze hebben er wel voor gezorgd dat het terrorisme hier geen poot meer aan de grond kan krijgen, zo zegt hij. Het is volgens hem het enige goede dat president Fujimori op zijn geweten heeft.

En zo vervolgt de bus zijn glibberige pad weer. De tijd wordt tot in het absurde opgerekt: over een paar kilometer doe je enkele uren en de bus stopt op steeds eendere plekken met steeds dezelfde mensen en steeds hetzelfde voedsel: rijst met kip. Alles, ook de tijd, lijkt hier rondjes te draaien. Uiteindelijk bereiken we dan toch Ayacucho, een plaats die bol staat van de historie. Zo is vlakbij de grote slag in 1824 tegen de Spanjaarden gewonnen onder leiding van generaal Sucre, die in dienst stond van de bevrijder Bolívar. Op deze plek – een uitgestrekte, heuvelachtige vlakte – staat een massief Oostblok-achtig monument waarop de heldendaden van de overwinnaars breeduit staan uitgemeten. Zo’n anderhalve eeuw later ontstond aan de universiteit de linkse guerrilla-groep het Lichtend Pad.

Eigenlijk kan er niet zo heel veel veranderd zijn sinds de zestiende eeuw, nadat de Spanjaarden hier in 1539 neerstreken. Een prachtige, witte stad met een, althans in de droge tijd, ideaal klimaat. Op het grote plein zoeken wat toeristen tevergeefs naar een terras; Peruanen zitten liever binnen in ongezellige, donkere lokalen. Als het enkele uren later weer begint te regenen, vluchten we, ver buiten het centrum, een rumoerige bouwval binnen. Op de lemen vloer lopen cavia’s; mannen en vrouwen zitten aan hun grote potten zurige maïs-bier. We worden getrakteerd op de specialiteit van het land: cuy – gebakken cavia. Op de vloer is het nu rustig, voor de rest is het een lawaai van jewelste aan de lange tafels. Zelfs het trieste, obscure ruisen van de regen klinkt hier vrolijk. Zoals altijd gaat het gesprek over God, voetbal en politiek.

Juni 1997

Eerste publicatie bij Spaans Leren: oktober 1998. Eerder gepubliceerd op een persoonlijke website, waar je uiteenlopende artikelen over reizen, kunst en filosofie vinden kon. Tegenwoordig is Laurens Verhagen hoofdredacteur van de nieuwssite Nu.nl

Dinamisme mixt estrombolià i freatomagmàtic
oct 7, 2009 por Hans Konings

Spanje wordt gewoonlijk niet geassociëerd met zware aardbevingen en spectaculaire vulkaanuitbarstingen. Toch werd in de 15e eeuw het stadje Olot aan de voet van de Catalaanse Pyreneëen geheel verwoest door een aardbeving en nog maar 4000 jaar geleden waren de vele vulkanen in de streek nog actief. (1998)

Wanneer de toerist na een vermoeiende reis over de Franse tolwegen bij La Jonquera de Spaanse grens passeert, liggen de stranden van Roses, Lloret de Mar, Blanes en Sitges verleidelijk te wachten achter de achtereenvolgende salidas van de autopista. Menig toerist zal op die stranden neerploffen, om er vervolgens de eerstkomende twee weken niet meer vandaan te komen. Een enkeling zal op een bewolkte dag nog wel eens de historische stad Girona bezoeken of het fascinerende museum van Salvador Dalí in Figueres bekijken.

Niet ver voorbij deze beide steden in westelijke richting ligt het stadje Olot, temidden van de slapende vulkanen van de Garrotxa. De weg ernaar toe passeert eerst de historische stadjes Besalú en het spectaculair op een rotswand gelegen Castellfollit de la Roca. Als men niet weet dat er in het omringende landschap vele vulkanen liggen, rijdt men er gemakkelijk aan voorbij. Nergens is een karakteristieke rookpluim te zien en ook zijn de typische kegelvormen goed verborgen onder de weelderige begroeiing en tussen de omringende even hoge bergtoppen. Eenmaal aangekomen in Olot loop je ook gemakkelijk voorbij aan de vulkaan die midden in het dorp ligt! Het zijn dan ook geen geweldig hoge vulkanen en ook de diameter is betrekkelijk gering. Toch zijn het geen onschuldige vulkanen. Ze worden door de geologen als slapend beschouwd, omdat de laatste uitbarsting nog maar (!) 4000 jaar geleden plaatsvond en dat is naar geologische maatstaven slechts 5 minuten geleden!

Dit bedenkend en met enig gevoel voor dramatiek wordt het lopen over de bodem van de Volcà de Montsacopa midden in Olot plotseling tot een gewaagde vuurloop. De bewoners van het stadje worden gelukkig niet geplaagd door dergelijke gevoelens, want pal tegen de vulkaanwand is een klein huizenwijkje gebouwd. Het hele stadje zou natuurlijk geen schijn van kans hebben als het weer eens tot een uitbarsting mocht komen.

Vanuit Olot, waar trouwens een vulkaanmuseum gevestigd is, kan men, -al dan niet georganiseerd, tochten ondernemen naar de andere vulkanen van de Garrotxa. Zelfs een ballonvlucht erover heen schijnt mogelijk te zijn. In de richting van Santa Pau komt men o.a. de Volcà de Santa Margarida tegen, één van de mooiste. Een wandeling ernaartoe en bovenop de kraterwand kost hooguit een uur en wordt goed aangegeven door routebordjes. Ook vind je overal bordjes met tekst en uitleg over het ontstaan van de vulkanen en de soorten die door de geologen worden onderscheiden. Helaas helpt je de cursus Spaans die je hebt gevolgd niet heel veel, want alle borden zijn in het Catalaans opgesteld, de taal die zo veel lijkt op het Spaans, maar toch heel anders klinkt en een sterk afwijkende grammatica heeft.

Neem nu de Volcà de Santa Margarida: volgens de geologen wordt deze vulkaan gekenmerkt door een dinamisme mixt estrombolià i freatomagmàtic. Dit proberen uit te spreken levert al bijna een vulkaanuitbarsting op! Eenmaal, na een zeer steile klim over een zeer zwart zandpad, bovenaan op de kraterrand aangekomen, ontvouwt zich het panorama van een nagenoeg perfect ronde omloop, dichtbegroeid met bomen en vrij steil aflopend naar een niet zo heel erg diepe krater, waar op de bodem in het midden, -hoe kan het anders in dit land, een kerkje is gebouwd. Niet eens zo’n erg oud kerkje, want de vorige is nog vernietigd bij de grote aardbevingen van 1427.

Beneden, rond het kerkje is een groepje schoolkinderen bezig met een prueba de sobrevivencia. Ik zei het al; je moet een beetje gevoel voor dramatiek hebben om het je allemaal te kunnen voorstellen. De monitora van de kinderen is in ieder geval in geen velden of wegen te bekennen en navraag leert dat zij op de camping van Santa Pau de barbacoas van die avond aan het voorbereiden is. Van boven op deze krater leiden de bordjes naar de volgende vulkaan, maar wij houden het voor gezien en keren terug naar de auto. Als je eenmaal één of twee slapende vulkanen hebt gezien, dan heb je ze allemaal gezien en ook wij moeten op tijd terug zijn voor de barbacoas van die middag.

Amsterdam, augustus 1998

Lee más… (es)

Parcs naturals de Catalunya: Zona volcánica de la Garrotxa
Parcs naturals de Catalunya:
Zona volcánica de la Garrotxa

Toeristische gids La Garrotxa (Catalaans)
Garrotxa Zona Volcánica
Garrotxa Zona Volcánica

Wandelkaarten La Garrotxa
Inspiración estilo gráfico : Ahimsa | privacybeleid
© Spaans Leren